Verdwijnt de jeugdherberg uit Nederland?

Je hoeft geen socialist te zijn om een socialistisch idee te kunnen waarderen, maar met een liberaal aan het roer wordt dat idee gekaapt en omgetoverd tot een krimpende marktpartij.

In 1909 opperde de Duitse leraar Richard Schirrmann het idee om op het platteland en in de natuur goedkope verblijfsaccommodaties op te richten waar jonge mensen elkaar kunnen ontmoeten, genieten van het landschap en leren over de lokale cultuur. Veel "stadse bleekneusjes" kwamen de stad niet uit en deze Jugendherbergen zouden hun eerste kennismaking met de natuur (en schone lucht!) mogelijk maken. De wereld was ruim een eeuw geleden immers een stuk smeriger en minder mobiel dan tegenwoordig.

In 1912 werd de eerste Jugendherberg geopend in Kasteel Altena, wat nog altijd een jeugdherberg is (en tevens gedeeltelijk een museum waar de oorspronkelijke kamers nog te zien zijn). In 1919, tenslotte, richtte hij met enkele anderen het overkoepelende Deutsches Jugendherbergswerk op om op een georganiseerde manier een landelijk netwerk van herbergen uit te rollen. Vandaag de dag is deze Duitse organisatie met haar 438 vestigingen nog altijd de grootste ter wereld.

Maar ooit waren dat er meer dan 2300! Wat wil je, in een tijdwaarin een boerenschuur met een paar bedden al dienst kon doen als accommodatie.

In Nederland werd de Nederlandse Jeugdherberg Centrale (NJHC) in 1929 opgericht. Deze gebeurtenis viel samen met de oprichting van onze eerste jeugdherberg De Karekiet in Kortehoef. Deze bestaat inmiddels niet meer. Onze  huidige oudste jeugdherberg is de locatie in Bunnik, die is geopend in 1933. (Op particulier initiatief werd overigens al in 1927 Neerland's eerst jeugdherberg, in een verbouwde molen in Ouderkerk aan de Amstel, opgericht. Er kwamen daar nog twee bij, in Petten en Amersfoort, voordat de NJHC werd opgericht.) De NJHC groeide snel uit tot een organisatie van bijna 70 hostels. De jeugd werd opgeroepen om in de zomer vooral niet in de vieze steden te blijven hangen, maar elders in het land op trektocht te gaan. De overheid subsidieerde dit door financiële bijdragen en gebouwen te schenken. Een mooi voorbeeld hiervan is Kasteel Domburg in Zeeland. 

 

Stadse bleekneusjes die op trektocht gaan is  tegenwoordig natuurlijk een fenomeen uit andere tijden. Niet alleen begonnen na het hoogtepunt steeds meer jeugdherbergen hun deuren dicht te doen, diezelfde jeugdherbergen kregen ook een stoffig imago. Men dacht aan de herbergvader en -moeder, terwijl die inmiddels allang was ingeruild voor de hippere general manager. In 2003 werd ook de term 'jeugdherberg' ingeruild voor hostel. Om het helemaal af te maken, wijzigde de NJHC haar naam in Stayokay.

Wat hierbij opvalt is dat dit alleen in Nederland gebeurde. In Vlaanderen spreekt Vlaamse Jeugdherbergen nog altijd van - precies, ja. En in Duitsland bestaat Deutsches Jugendherbergwerk nog immer. En in Engeland, het land waar de taal vandaan komt die wij zoveel cooler vinden dan die van ons, heb je nog gewoon de Youth Hostel Association.

Deze YHA ondergaat echter wel dezelfde ontwikkeling als onze NJHC. Ook daar leveren de stadsherbergen de centen op voor de landhuizen en kastelen op het platteland, die op hun beurt steeds vaker worden afgestoten. In een treffende kop schrijft The Guardian dat de YHA het familiezilver in de verkoop heeft gedaan. De YHA stelt dat ze met de verkoop kapitaal ophaalt om te investeren in de renovatie en het achterstallig onderhoud van andere vestigingen, zelfs wanneer de verkochte vestiging winst opleverde. Een vaste gebruiker zegt instemmend dat hij liever 80 mooie vestigingen heeft dan 120 versleten vestigingen. Een ander lid, een oudere man, zegt echter dat hij zijn geduld verliest met een organisatie die stadshostels opent en ondertussen het landelijk netwerk opbreekt. 

Precies dat laatste is ook in Nederland gaande. De NJHC - vergeet dat tijdelijk hippe, middelmatige Stayokay - is ook in Nederland aan een vergelijkbare ontwikkeling bezig. In het oude centrum van Utrecht werd een nieuwe herberg geopend. Daar staat tegenover dat er landelijke vestigingen werden gesloten. Soms buiten de schuld van NJHC - zo wilde in 2011 de eigenaar van de grond en gebouwen in Elst de overeenkomst niet verlengen - maar vaak is het wel degelijk een eigen beslissing geweest.

Jeugdherberg Koningsbosch in Bakkum, de eerste herberg die door de NJHC zelf werd gebouwd, werd eerst omgetoverd tot Stayokay Bakkum en vervolgens, in 2012, afgestoten omdat, in de woorden van de man die zowel de vestigingen Bakkum als het nabijgelegen Egmond managede, beide herbergen gerenoveerd moesten worden en de kosten voor Bakkum hoger uitvielen dan die van Egmond. Om die reden mocht Egmond openblijven.

Drie jaar later volgden Doorwerth en Valkenswaard. Hierover zegt NJHC-directeur Marijke Schreiner in het jaarverslag 2015: "Stayokay Valkenswaard is verkocht en Stayokay Doorwerth is gesloten. In beide hostels moest fors geïnvesteerd worden dus dit was geen lastige keuze. Deze investering konden we niet terug verdienen. De locaties sloten bovendien niet meer aan bij het locatiebeleid van Stayokay.”

In 2016 volgden Ameland, Scheemda en Sneek. Over die laatste staat op Wikipedia: "Volgens de keten kan de winst van het pand niet op tegen de huur van het hostel, en wordt het huurcontract niet verlengd." In het jaarverslag van 2016 voegt Schreiner daaraan toe "en omdat we in Friesland ook al in Heeg vertegenwoordigd zijn." 

In januari 2021, echter, sloot ook Heeg. Samen met de vestiging Bergen op Zoom, waar in 2015 nog een grondige renovatie had plaatsgevonden, moest de sluiting van deze herbergen het financieel zware coronajaar ietwat compenseren. De keuze viel op de twee minst presterende herbergen. 

Hierbij mogen we nog van geluk spreken dat historische pareltjes als Kasteel Domburg (Zeeland), Slot Assumburg (Heemskerk) of het Noorse jachthuis in Gorssel het kennelijk beter deden. Schreiner is een dame van de cijfers. Visieloos opereren is perfect voor een commerciële hotelketen, maar funest voor de NJHC en haar waarden en idealen. Ze zegt dat het sluiten van bepaalde vestigingen, die al decennia een begrip waren, geen lastige keuze was. In dit interview geeft ze zelfs aan niets te willen weten van het verleden waarop haar huis gebouwd is en heeft ze het liever over de gerecyclede spijkerbroeken van het personeel. Duurzaamheid is echter een tijdelijke hype - binnenkort is 'duurzaam' het toverwoord binnen (vrijwel) elk bedrijf - en dan blijft als legacy een uitverkochte organisatie achter. 

Ze doet denken aan de aangetrouwde golddigger die het moeizaam vergaarde familiezilver zonder blikken of blozen in de verkoop gooit als de cijfers even omlaag gaan. De verzameling spat uiteen en de directe familie kan niets anders doen machteloos toezien. Onder haar leiding - de Stichting Stayokay heeft een bestuur met slechts één lid, de directeur - is het aantal herbergen van de NJHC gereduceerd tot slechts 20 stuks. En eenmaal afgestoten, komen ze nooit meer terug. 

Is dat het lot van de Nederlandse jeugdherberg? Verdwijning door marktgerichte bedrijfsvoering? Of heeft het nog toekomst, nu al die kids liever gamen en dichtgroeien? In het The Guardian-artikel wordt een hostelmanager geciteerd: "We krijgen hier schoolgroepen die nog nooit een schaap hebben gezien." Kijk, dat geeft toch te denken.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.